Scheepspraet 4  (mei 2007)                                    HOME

Beste familie. 

Goed voorbeeld doet goed volgen (Diny van Wim). Het laatste nieuws uit Scherpenzeel was "Scheepspraet" sept. 2006. Dan volgt hier "winter/lentepraet"  uit de van Goghlaan in Scherpenzeel.

De winterperiode was voor ons beiden erg zwaar. De vele feesten in de maand december zijn ongemerkt aan ons voorbij gegaan. De hele maand december 2006 heb ik in het UMC in Utrecht gelegen. Met het resultaat: een Indiana Pouch achter mijn navel. In het ziekenhuis en daarna hebben we veel meeleven ervaren in de vorm van post/telefoontjes en bezoekjes. Iedereen hartelijk dank hiervoor, alle aandacht heeft ons goed gedaan!

Nu, een half jaar later gaat het - naar omstandigheden - prima. Het katheteriseren  verloopt de laatste twee maanden weer goed. Ik zit nu in een schema van om de vier uur katheteriseren. Toch blijft het elke dag plannen en klok kijken. Vooral de nachten vind ik moeilijk: elke keer de wekker (ver)zetten; goed wakker worden; en na afloop opnieuw proberen in te slapen, enz., enz.

Gelukkig begin ik nu ook de voordelen van de nieuwe pouch te zien. Zoals een autotocht maken zonder te stoppen bij elk tankstation. Of een fietstocht, zonder om het kwartier te denken: "Waar vind ik een goeie plek". Samen 25 kilometer fietsen is nu mogelijk. Ook de eeuwige pijn is nu helemaal verdwenen.

Begin april zijn we weer gestart met " klussen" op onze Zeeuwse schouw "Willemein". Omdat we lekkage aan het dak van de kajuit hadden, heeft Cees het dak 7 maal in de Coelan (is poly-urethaan kunststoflak) gezet.
Wat een klus!!! Het meeste en zware werk moet ik toch wel aan Cees overlaten. En als dan na het vele schuren en lakken de zeilen weer omhoog kunnen..... 

Op zaterdag 12 mei, met veel wind en af en toe een bui regen is de Willemein weer te water gelaten. Voor ons beiden een groot feest. Daarom hebben we ons zelf getrakteerd op een pondje overheerlijke palingen! Het varen zal wel anders worden. Lange meerdaagse tochten zoals naar de Waddenzee en de eilanden zijn wellicht niet meer mogelijk.

Ik ga ook weer naar de lessen van gymvereniging DOTO.  De dames oefenen hard voor de a.s. Gymnaestrada in Oostenrijk. Jullie vragen je misschien af wat een Gymnaestrada is. Hierbij een korte uitleg: De Gymnaestrada is een recreatief gymnastiekgebeuren, dat om de vier jaar wordt georganiseerd. Het initiatief hiervoor kwam van een Nederlander, de heer Jo Sommer. De Gymnaestrada is een geweldige happening zonder wedstrijdelement. Dus geen rivaliteit, maar een grote show met respect voor elkaars prestaties. Ook is de Gymnaestrada internationaal met gemiddeld 30 á 35 deelnemende landen. In het verleden was ik 6 maal deelneemster bij de Wereld Gymnaestrada, n.l. in Zürich, Herning, Amsterdam, Berlijn, Göteborg en Lissabon. Ik heb al aan mijn gymlerares gemeld dat ik in ieder geval niet met de 5 demonstraties meedoe. Jammer, dat kost me erg veel moeite en verdriet.

Van 25 t/m 28 mei (Pinksteren) is de Nederlandse Gymnaestrada (een soort generale repetitie) in Eindhoven voor alle Nederlanders. Dan ga ik wel als toeschouwer (en voor de gezelligheid) met de club mee. Ook kan ik dan beter bekijken of het verantwoord is om van 8 -14 juli met de dames van mijn gymclub DOTO naar de Wereld Gymnaestrada in Dornbin in Oostenrijk te gaan.

Met ons kleinkind Thijs gaat het erg goed. Hij is echt een lachebek geworden en prevelt van alles aan elkaar vast. Hij heeft twee ondertanden en kan al heerlijk smullen van aardbeien. Tweede Paasdag zijn ze even bij ons geweest op de haven en op de boot. Natuurlijk gaven we Thijs meteen een verfkwastje in handen!

Allemaal tot ziens op de reünie op 23 juni en de hartelijke groeten van Diny.

HOME

Scheepspraet 3  (september 2006)  

Het overkomt je………..

 "Afnemende bui-igheid, wegtrekkend naar het oosten" was de weersverwachting en "Wind NW, afnemend tot 4 à 5 Bft". Wel, die omstandigheden hadden we eerder meegemaakt op het Wad en we besluiten die middag naar Schiermonnikoog te vertrekken. Na drie nachten in een propvolle getijhaven hebben we genoeg van het geschuif met bootjes om plaats te maken voor vertrekken de zeilers. We maken onze schepen klaar voor vertrek. We dat is de Enkhuizer bol "Boeltjen" en de Zeeuwsche schouw "Willemein". "3 uur voor hoog water" had de havenmeester gezegd en dus vertrokken we om 14.00 uur uit Ameland. Buiten de haven stond nog een stevige wind. In de luwte van de aanlegsteiger van de veerboot ging het gereefde grootzeil omhoog. Dat was meer dan voldoende, met de wind schuin achter en stroom mee liepen we soms 12 à 13 km/uur. De wind nam eerder toe dan af en we liepen dus veel te hard: de bedoeling was om het wantij onder Ameland bij hoog water te passeren om daarna de inzettende ebstroom mee te kunnen pikken. Ankeren onder deze omstandigheden op het wantij om het hoog water af te wachten is geen prettig vooruitzicht! We slagen er met veel moeite in het gereefde grootzeil te bergen en de kleine stagfok te hijsen. Ondertussen rolt de ene na de andere bui over het Wad. Het is een prachtig gezicht, maar als je er midden in zit heb je daar nauwelijks oog voor. Nog steeds te vroeg komen we bij het wantij en we besluiten het er op te wagen. Er liggen al een paar schepen te wachten totdat ze verder kunnen. Eén schip (een polyester kiel-midzwaardjacht van ca. 9 m ) heeft duidelijk ernstige problemen: het anker krabt voortdurend en ze komen steeds opnieuw vast te zitten. De bemanning hebben we later nog gesproken, het harde gebonk en het angstaanjagende gedreun op de grond was van dien aard dat ze op het punt stonden hulp in te roepen via de Brandaris op Terschelling. Als de nood aan de man komt kun je in deze omstandigheden eigenlijk maar heel weinig voor elkaar doen. Heel in de verte zien we achter ons de "Boeltjen" varen. Die is verstandiger geweest en is alleen op de fok vertrokken. Ondertussen varen we zo goed en zo kwaad als het gaat verder over het wantij. Het vissende roer wordt iets opgetrokken, zodat de talie de klappen opvangt en niet de vingerlingen van het roer. Een vissend roer werd vroeger eigenlijk alleen maar in Zeeland gebruikt, de Zuiderzee kent een dergelijk roer niet. In het begin moesten we er erg aan wennen, we waren gewend om bij het aan de grond lopen onmiddellijk te reageren. (zeil neer, motor aan) Je kunt echter nog steeds sturen (als het roer over de grond schuift) om dieper water te bereiken. Het werkt perfect als je weet welke kant je op moet sturen om niet vast te lopen.

Het zicht is erg slecht en zeker in de buien zijn we afhankelijk van kompas en GPS om de volgende prik of ton te kunnen vinden. Ook verlaten we ons soms noodgedwongen op de koers van andere schepen. De wind loopt verder op. (naar later blijkt tot 7 Bft met vervelende uitschieters in de buien). Omdat het voortdurend regent (en we allebei met een bril zijn uitgerust) moet het kaartlezen binnen gebeuren op de kaartentafel. Onze nieuwe waterkaart is bijgewerkt tot en met april 2006. Op het havenkantoor in Ameland lag een inlegvelletje klaar omdat in een paar maanden tijd de geulen van het Friese Wad en de Hollumer Balg volledig anders zijn komen te liggen. Het werken met een inlegvel en met de originele kaart maakt het navigeren nog een stuk lastiger.

De betonning van het Wierumer Wad is daarentegen niet verplaatst en redelijk goed te volgen. Zo goed en zo kwaad als het gaat hobbelen we door naar Paesens Rede. Omdat de wind inmiddels naar het noorden is gedraaid, moet ook de kleine stagfok neer. Nu varen we alleen nog op de motor. Als we de Zoutkamperlaag naderen staat de wind recht op kop. De noordenwind strijkt tegen de ebstroom in, de golfhoogte bedraagt ca. 1 mtr. en we maken volgens onze GPS nog maar een voortgang van 1 à 2 km per uur. Soms staan we zelfs stil of lopen af en toe achteruit! Tussen de buien door zien we in de verte Schiermonnikoog liggen. Maar wat ons het meeste zorgen baart is echter de witte rand voor de zandplaten die voor het eiland liggen: dat is zware branding. Boven het lawaai van wind en golven overleggen we schreeuwend met elkaar. We zijn al meer dan drie uur onderweg en met deze snelheid is Schiermonnikoog niet haalbaar….. Bovendien staat ons die branding niet aan. Ons schip heeft een lage kop en neemt voortdurend massief water over. Het schip beklimt al steigerend de ene golf maar duikt met zijn kop heel enthousiast recht in de volgende. We besluiten uit te wijken naar Lauwersoog. De afstand is hetzelfde maar we kunnen nu meer snelheid maken en hebben de golven niet voortdurend van voren. We krijgen echter nu de ook golven van opzij te verduren. Dat betekent slingeren! We rollen regelmatig van stuurboord naar naar bakboord en maken daarbij zo'n 45 graden slagzij. We zetten ons allebei vast met de veiligheidslijnen. Het kost erg veel moeite om het schip op koers te houden en door het voortdurend duwen en trekken aan de helmstok krijgen we kramp in onze armen en vingers. Ondanks onze uitstekende zeilkleding zijn we totaal doorweekt van het zoute water. Zo nu en dan wandelen de golftoppen vanwege het lage vrijboord rechtstreeks de kuip in en we kunnen daar niets tegen doen. Het golfpatroon is erg verward. Omdat staande sturen uitgesloten is, hebben we een zeer beperkt uitzicht naar voren: de kuif van het gesloten schuifluik zit hinderlijk in de weg.

Op deze manier kunnen we maar gedeeltelijk reageren op de inkomende golven en we doen onze uiterste best om niet helemaal dwarszee te komen liggen.

Als we zo nu en dan een dreigend gerommel onder de vloer van de kuip horen kijken we elkaar aan: de schroef komt kennelijk af en toe (gedeeltelijk) boven water. Om de motor te ontzien, draaien we het gas iets terug.

Ondanks alle misère blijft de stemming goed, opkomende misselijkheid eten we weg met wat biscuits. Koffie of thee maken is niet mogelijk. In de kajuit is het een chaos, bij elke golf horen we het rinkelen van glas- en vaatwerk. Bang zijn we niet, wel bezorgd. Als nu de motor uitvalt verdagen we op de platen of spoelen we met de ebstroom mee de Noordzee in. Zeilen is echt onmogelijk in deze heksenketel. In de Zoutkamperlaag staan enorme tonnen die duidelijk zichtbaar zijn. Het enige wat we nog aan de navigatie doen is op handen en voeten de kajuit in te kruipen om op de kaart het nummer van een ton te checken. We missen het gebruik van de verrekijker, maar deze is in deze omstandigheden absoluut niet bruikbaar. Tegen zeven uur schuiven we uiteindelijk de voorhaven van Lauwersoog in en kunnen nog net met de laatste schutting naar binnen.

Wel, we weten nu wat schip en bemanning kunnen. We denken allebei dat voor een platbodempje van 8 meter het uiterste is gehaald: windkracht 7 en buiig weer met bijbehorende golfhoogten is echt te veel voor zo'n klein scheepje! Als het je echter overkomt moet je er het beste van maken. Waarschijnlijk kan het schip toch meer verdragen dan de bemanning.

Groeten van Cees en Diny Kramer,
Scherpenzeel.

HOME

Scheepspraet 2  (augustus 2004)  
N.B. Prachtige foto's bij dit artikel vindt u op www.pjtuinema.tk onder de link "vakantie 2004". 

Deze zomer zijn we met ons schip de "Willemein" weer het Wad op geweest. Omdat het varen op tij en stroom toch wel iets aparts is, wil ik verslag doen van de heenreis naar Terschelling. Ik heb geprobeerd er geen technisch verhaal van te maken, maar bepaalde termen zijn onvermijdelijk. Bij gelegenheid wil ik die graag uitleggen als blijkt dat dat noodzakelijk is.

We hadden dit jaar tijdens een reünie van platboomde schepen (schepen zonder kiel, maar met zijzwaarden) een los-vaste afspraak gemaakt met mensen die hun vakantie in de zelfde periode hadden gepland. Uiteindelijk is het gelukt om ze allemaal bij elkaar te krijgen. Dat waren:

"Scamper" (Een Grundel van 8 meter; een ervaren Wadzeiler)
"Boeltje" (Een Enkhuizer bol van 7,35 meter, voor het derde jaar op het Wad)
"Willemein" (Een Zeeuwse schouw van 8 meter, voor het tweede jaar op het Wad)
"Duif" (Een Enkhuizer bol van 7,35 meter, voor het eerst op het Wad)
Van deze schepen is "Duif" het oudst (bouwjaar 1968 en nog met zware katoenen zeilen uitgerust), "Boeltje" en "Scamper" zijn uit het begin van de zeventiger jaren en de "Willemein" is in 1980 gebouwd.

Een dag van tevoren troffen we "Scamper"en "Boeltje" in Makkum. Het wachten was op de "Duif". Na telefonisch contact met de "Duif" (zowel de "Duif" als de "Willemein" hebben geen marifoon aan boord) bleek dat ze nog in Stavoren lag en de volgende dag rechtstreeks naar Kornwerderzand zou varen. We spraken af dat we om 12.00 uur gezamenlijk door de sluis van Kornwerd zouden worden geschut naar de zoute kant. Later kon niet, omdat het om 13.00 uur hoog water zou zijn. We konden dan voluit profiteren van het vallende water, dat een ebstroom oplevert richting Noordzee. En die kant wilden wij toevallig ook op!

Inderdaad ontmoetten we voor de sluis het vierde schip dat daar al lag te wachten. Het schutten verliep een beetje chaotisch: veel onervaren mensen die allemaal tegelijk de Waddenzee op wilden. Dit verschijnsel zouden we de komende dagen steeds weer opnieuw zien: als je een bepaalde bestemming kiest zijn er altijd een aantal schepen die tegelijkertijd vertrekken, het beste moment wordt niet bepaald door het feit dat het vroeg of laat op de dag is, maar door het tij!

De wind was NO, 4 Bft en tot halverwege zou de te volgen route 'bezeild' zijn zonder te hoeven laveren. Na een nogal hectisch begin vanwege een tamelijk hoge golfslag (bij hoog water is de Waddenzee één grote watervlakte en bij de heersende windrichting was dus de Afsluitdijk min of meer lager wal), onwennigheid en in het begin veel schepen om je heen, kregen we de smaak te pakken. Domweg achter de anderen aanvaren is natuurlijk niet zo leuk en weldra zouden de schepen ver uit elkaar liggen. Daarom bepaalden we aan de hand van de GPS waar we precies zaten. De GPS geeft de lengte- en breedtegraad aan van de positie van het schip en geeft tevens een kompaskoers en de afstand naar het volgende 'Waypoint'. Die waypoints had ik er de avond van tevoren al ingebracht. Dit jaar varen we voor het eerst met GPS, daarvoor deden we het alleen op zicht: met kaart en kompas. De GPS is een fantastisch navigatiemiddel, zeker als het zicht slecht wordt. De nauwkeurigheid is tegenwoordig 5 meter! Maar zonder dat moeten we ook kunnen varen. (elektronica kan defect raken)

De geulen die we volgden zijn betond, d.w.z. om de paar kilometer dobbert er een 'ton' (boei mag ook) met een nummer er op, en dat nummer vinden we terug op de kaart. Als het zicht minder wordt zie je al gauw de volgende ton niet meer en moet je toch weer terug vallen op je kompas en je GPS. Voorbereiden van een tocht is dan ook noodzakelijk. Als je eventueel een (oude) waterkaart te pakken kunt krijgen, zie je al die geulen aangegeven. Het zijn deels eeuwenoude namen en deels nieuwe, omdat er telkens nieuwe geulen ontstaan. We voeren via het 'Zuidoost-rak' het 'Inschot' in, volgden deze een aantal kilometers, staken dan de 'Vliestroom' over de 'Oost-Meep' in en voeren dan via de 'Slenk' naar Terschelling. Althans, dat was de bedoeling! Maar daarover later meer……..Het laatste stuk (Oost-Meep en Slenk) wordt ook gevolgd door de veerboten van rederij Doeksen. De Slenk was voor ons een omweg maar voor het alternatief (met de 'Vliestroom' mee het 'Schuitegat' in) stond er op de tijd dat wij daar aan zouden komen te weinig water. Eerder weggaan had natuurlijk ook gekund, maar dan zou er in het Zuidoost-Rak en in het Inschot nog een fikse tegenstroom staan. Het was dan immers nog opkomend tij! Je ziet, een hele planning, altijd rekenen en een klein beetje gokken.

Het eerste stuk was volledig bezeild. De "Willemein" en de "Duif" voeren al gauw een heel stuk vooruit en gingen mooi gelijk op. Het is fantastisch om anderen op dezelfde soort schepen bezig te zien, je steekt er veel van op maar houdt toch je eigen manier van varen. De "Boeltjen" had net een nieuwe botterfok die niet goed te zetten was en bleef achter. De "Scamper" bleef uit solidariteit bij hem in de buurt.

Halverwege 'Het Inschot' boog de geul verder af naar het noorden zodat we moesten laveren. ("kruisen" zeggen wij) Dat is een heel gedoe. Je probeert zover mogelijk buiten de geul door te varen om de 'slagen' zolang mogelijk te maken. Je moet dan inschatten hoeveel water er nog boven de zandbanken staat. (we voeren immers met de ebstroom mee en het water werd steeds lager)

We peilden veel met de pikhaak, waar ik om de halve meter met plakband gekleurde ringen had opgeplakt, zodat de waterdiepte goed in de gaten kon worden gehouden. Soms kon je ook de bodem goed zien als de zon in het water scheen. Onze diepgang is 53 cm. Het roer steekt daar nog 12 cm onder uit, dit zal in de meeste gevallen het eerst aan de grond lopen. Het roer is zodanig ingericht dat het naar boven kan schuiven, Dit soort roeren vindt je alleen op schepen van Zeeuwse oorsprong (Hoogaars, Hengst). We hebben ook een dieptemeter aan boord, maar deze heeft eigenlijk weinig zin aan boord van een platbodem: de meeste dieptemeters beginnen pas nauwkeurig te werken als er meer dan een halve meter water onder het schip staat.

Ondertussen moesten we ook nog zeilen, en het kompas, de GPS, de kaart en de tonnen in de gaten houden. Maar bij elke slag ging het beter en we kregen langzamerhand het gevoel dat de zaken onder controle waren en ………. we hadden er veel plezier in.

Om 16.30 uur een telefoontje uit de achterhoede: "De Scamper zit vast en komt niet meer los!". De "Boeltje" die de zaak wilde verkennen liep prompt ook vast bij ton IN8 (Inschot 8). We overlegden telefonisch met de "Duif". Dit schip wilde doorvaren naar Terschelling omdat ze deze dag al bijna 12 uur onderweg waren geweest en terugvaren betekende maar één ding: wachten op het volgende tij!

We besloten de zeilen te strijken, terug te varen naar de anderen en bij hen te blijven. Het was immers stabiel weer en hier was het allemaal om begonnen: droogvallen op het Wad! Voorzichtig peilend rondom het schip (de bodem mocht niet al te steil aflopen) lieten we de "Willemein" in de buurt van de achterblijvers vastlopen. Het mooiste moment op het Wad is het punt waarop de eerste zandbanken droogvallen. Op de foto is de "Willemein te zien" terwijl ze al aan de grond zit, met daarvoor een eerste streep zandbank met een rij wachtende vogels. Het is een harde zandbank, zodat er weinig te halen zal zijn. Op een meer slikkerige plaat zie je veel meer vogels en ook veel meer soorten. We hebben in onze vakantie zelfs een groep lepelaars van dichtbij bezig gezien, met die typische maaibeweging van hun snavels door de modder!

Terwijl het water verder wegzakte, klommen we bij elkaar aan boord om te overleggen. Het was op dat punt ca. 2,5 uur voor laag water. Er waren twee mogelijkheden:

a) Zodra we weer los zouden zijn (om ca. 21.30 uur) gaan varen richting Terschelling. Nadeel was dat de rest van de reis (een uur of vier op de motor) in het donker afgelegd moest worden en dat we midden in de nacht een onbekende haven zouden binnen lopen.

b) Uitrekenen hoelang je zou kunnen slapen voordat je weer vastzit en dan pas gaan varen. Op dat moment is het ook nog donker, maar het binnen lopen van de haven van Terschelling zou dan bij daglicht kunnen gebeuren.

Algemeen werd besloten voor optie b. Nu begon een hele berekening. De getijdentabellen werden geraadpleegd, omdat per tij ook nog eens een extra verhoging of verlaging kan plaatsvinden, e.e.a. afhankelijk van de zon- en maanstand en t.o.v. elkaar. Gelukkig hadden we 'Albert Einstein' bij ons in de vorm van de schipper van de "Scamper" die netjes voor ons uitrekende dat we de wekker om half drie moesten zetten en dan onmiddellijk peilen.

Vanuit de ander twee schepen werd van alles aangedragen voor een gezamenlijke maaltijd aan boord van de "Scamper". Ondertussen genoten we van het langzaam wegtrekken van het water, de vele vogels die met de waterlijn meeliepen voor de beste vangkansen op garnalen en schelpdieren, en van een prachtige zonsondergang. En dat alles in een vredige stilte. Ver weg hoorde je nog wat water stromen, af en toe hoorde je een vogel en verder niets, niets dan leegte en stilte……………….

Om half drie 's nachts begon het spektakel. De "Willemein" had nog voldoende water onder haar vlak (die was immers het laatst vastgelopen) maar de andere twee moesten onmiddellijk weg. Achteraf bleek dat de geschatte (halve) golfhoogte niet in de berekeningen was meegenomen.

Na het wennen aan het donker, (bijna volle maan), elkaars verlichting en de vele lichtjes op de Waddenzee gingen we op weg. Bij elke knik in een geul staat een verlichte ton. D.w.z. het licht knippert in een bepaald ritme: zoveel seconden aan en zoveel seconden uit. Deze gegevens vindt je op de kaart terug. Maar omdat het er zoveel zijn (bij goed zicht zie je ook de lichtboeien van de andere geulen knipperen) moet je terdege tellen (eenentwintig, twee-entwintig enz. enz.) en bij het licht van een zaklantaarn op de kaart een nieuwe koers uitzetten. Daarna weer wennen aan het donker enz.

Gelukkig hadden we goed zicht op de Brandaris, de vuurtoren van Terschelling. De zee lichtte af en toe op onder een prachtige sterrenhemel.

Met nog ongeveer 2 uur te varen in de richting van Terschelling, begon het in het oosten heel vaag licht te worden. En toen overkwam ons het mooiste wat op de Waddenzee kan gebeuren: de zonsopgang. Vaag begon de hemel in allerlei pasteltinten te kleuren en een rode bol kwam langzaam boven de horizon uit. We werden er helemaal stil van en lieten het over ons heen komen. Spontaan begon iemand de "Morgenstimmung" van Edward Grieg te neuriën. Onvergetelijk! Heel langzaam varend genoten we ervan, elkaar wijzend op dingen die je normaal niet ziet.

Om 07.00 uur bereikten we de haven van West-Terschelling. We besloten om buiten de haven voor anker te gaan (in voldoende diep water) en nog een paar uurtjes slaap te pakken. Om 11.00 uur liepen we de haven van West-Terschelling binnen.

Groeten van Diny en Cees Kramer, Scherpenzeel.

Scheepspraet 1 (juni 2004).

We hebben nu ongeveer een jaar met ons nieuwe schip gezeild, en het wordt tijd dat de rest van de familie eens kennis maakt haar.

We hebben haar gekocht in Koudum in Friesland en de naam van het schip is "WILLEMEIN". Dat hebben we er op laten staan. Het brengt nu eenmaal ongeluk als je de naam van een schip verandert. Bovendien had ik dan nieuwe (gebogen) teakhouten naamborden moeten maken!

Even wat cijfers:

Lengte over de stevens (dus zonder roer en kluiverboom): 8,00 m.
Grootste breedte (over de zwaardklampen gemeten): 3,10 mm.
Diepgang: ca 60 cm.
Waterverplaatsing (dat is het totale gewicht) ca. 5,5 ton.
Zeilvoering:
Het schip kan 3 zeilen voeren: een grootzeil van 19,3 m2; een botterfok van 10,5 m2 en een kluiver (dat is het voorste zeil) van 5,1 m2. Daarnaast hebben we nog de beschikking over een stagfok van 6,1 m2.

De mast is strijkbaar en steekt 10,8 meter boven de waterlijn uit. In gestreken toestand is de 'kruiphoogte' van het schip ca. 2 meter zodat we de meeste binnenwateren kunnen bevaren.
Motor: Onder de kuipvloer staat een 13 pk zware Volvo Penta scheepsmotor (diesel) welke een drieblads schroef aandrijft. Ook is er een kachel aan boord (hete lucht verwarming)

Het type schip is een Zeeuwse schouw en stamt oorspronkelijk uit de Zeeuwse wateren. Het schip is getekend en gebouwd in 1980 naar een model van een vissersschip waarvan er nu helaas geen originele exemplaren meer van rondvaren. De bouwer heeft zoveel mogelijk de oorspronkelijke lijnen aangehouden, de kajuit is uiteraard een toevoeging waardoor het schip als jacht kan worden gebruikt. Bijgaande tekeningen geven een aardige indruk van zowel de zeilvoering als van het interieur. Als er belangstelling voor is wil ik een volgend keer wel ingaan op meer technische details.

25 jaar geleden was 1,8 meter voor de meeste mensen voldoende stahoogte in de kajuit. Tegenwoordig geldt de waarschuwing: "Pas op voor je hoofd!". Diny kan in de kajuit recht op lopen, ik moet voor elke balk die het dak steunt nederig het hoofd buigen…… Als je de kajuit binnen gaat zie je links de kombuis met een tweepits kooktoestel op spiritus! We hebben dat nu een jaar geprobeerd en hebben besloten het voorlopig maar zo te laten. Het gaat langzaam en het stinkt een beetje, maar gas heeft op veiligheidsgebied zo z'n eigen nadelen. Een schip is immers niets anders dan een verplaatsbaar gat in het water. Gas kan er niet meer uitstromen.

Rechts naast de ingang is de kaartentafel en die wordt meestal benut om vanuit de kuip daar allerlei op dat moment overbodige zaken op te mikken. Er ligt zelden een kaart op, de meeste wateren en havens kennen we zo langzamer hand wel. De enige elektronica aan boord is een dieptemeter, wij varen nog op kaart en kompas!

Aan stuurboord een zitbank annex langskooi en aan bakboord (links als je naar voren kijkt) een uitschuifbare kooi waar volgens de ontwerper twee mensen op kunnen slapen. Als je van elkaar houdt is dat geen probleem, maar royaal is het niet.

In het midden staat de traditionele klaptafel die aan beide zijden opgeklapt kan worden. Wonderlijk genoeg staat deze vrij in de ruimte en ging dus (zonder maatregelen) dan ook aan de wandel! Verder naar voren een hangkast en links het toilet. Dat mondt nog uit in de wijde wereld; een vuilwatertank is op dit moment nog niet verplicht, maar staat er aan te komen. Als je verder naar voren gaat, moet je diep bukken: onder het voordek kun je net rechtop op je bed zitten. Hier bevindt zich een tweepersoons uitschuifkooi en helemaal voor in (boven de watertank) een kinderkooi die wij als bergruimte benutten.

Het duurt toch wel lang voor dat je een andermans schip de jouwe kunt noemen…….. Het vorig jaar hebben we benut om flink aan elkaar te wennen. Bovendien hebben we wat technische veranderingen uit laten voeren door de scheepswerf in Deil. De heen- en terugreis (3 dagen heen, 3 dagen terug) is op zich al een apart verhaal! Dit voorjaar zijn alle vallen (touwen waar je de zeilen mee hijst) door ons vernieuwd. Dat alleen al was 120 meter lijn van geslagen polyester van 12 mm dik. Als je alles meerekent (dus inclusief ankerlijnen, landvasten etc.) is er zo'n 250 meter aan trossen en kabels aan boord…… Ook het anker is vernieuwd: het was ca 15 kg. zwaar en bijna niet te hanteren. Het huidige anker hoort eigenlijk niet op een platbodem thuis. Het is 4 kg zwaar en gemaakt van een legering van magnesium en aluminium. We doen heel veel om het schip zo'n klassiek mogelijke uitstraling te geven, maar mijn rug is belangrijker dan de authenticiteit van het schip!

We denken dat we nu klaar zijn om veilig op pad te kunnen. Alhoewel het geen schip is om mee de (Noord)zee op te gaan, is het goed geschikt voor zowel het IJsselmeer als de wadden. De plannen voor onze vakantie neigen dan ook in de richting van de Waddenzee. Alhoewel ons vorige schip (een grundel van 6,25 meter en ongeveer 1,8 ton waterverplaatsing) daar eigenlijk niet geschikt voor was, hebben we daar toch ook het IJsselmeer en de Zeeuwse wateren (Oosterschelde) mee bevaren! De wadden zijn we nooit aan toe gekomen.

Een volgend keer wil ik (zonder al te technisch te worden) een beetje uit de doeken doen hoe je met zo'n type schip vaart. We hopen dan ook wat (publiceerbare) foto's te kunnen plaatsen.

Wij verwonderen ons er nog altijd over dat je helemaal alleen op de wind (en geruisloos) toch overal kunt komen…………als je geduld hebt. Dat laatste is misschien nog wel het aantrekkelijke van varen: je leeft in een heel ander ritme dan op de wal terwijl je weet dat je totaal afhankelijk bent van weer en wind. Voor de één een bedreiging, voor de ander is dat ontspanning…….

Groeten van Diny en Cees, Scherpenzeel.

HOME